Steeds vaker realiseer ik mij dat in de kleine vertrouwde gebaren de grootste kracht schuilgaat.
Vanmiddag bezochten we een museum, tegenwoordig rijd ik vaak en ik pak soms zonder nadenken Lief zijn hand en leg deze op mijn been. Wat ik in dat moment voel is een mengelmoes van gevoelens, ik voel de fysieke warmte van zijn hand, ik voel de bevestiging dat ik van hem ben, ik voel me geborgen. In het besef dat ik van hem ben, die grote zware hand op mijn been maakt me er bewust van dat deze hand me vasthoudt, me kan plagen, pijnigen, liefkozend. Mijn kin vasthouden en maken dat ik hem aankijk terwijl ik me probeer staande te houden tijdens hevige emoties in een spelmoment.
Voor mij is er zoveel gevoel verbonden aan dat gebaar van die hand op mijn been. Iets dat Lief bijna altijd vanzelf doet wanneer hij degene is die rijdt, maar andersom als ik rijd lijkt hij zich terug te trekken, voelt het alsof er een afstand groeit en gelukkig durf ik steeds vaker mijn gevoel te volgen en zijn hand te pakken om deze resoluut op mijn been te leggen.
Om ons beiden bij dat bijzondere gevoel te brengen, die connectie die we delen samen. Al is de praktische uitvoer vaak nog heel ver weg. Het gevoel is er en zij durft steeds vaker weer te sprankelen en mij mee te nemen.